Nico Smit


Inleiding

In 1961 hebben we Nico Smit in Mook leren kennen als perfect. Hij werd assistent van Gerard Willemsen die benoemd was als rector van het jongensinternaat. Wij zochten hem op een warme dag in het verre Bennebroek op en waren benieuwd hoe zijn leven verder gelopen was. Wij werden hartelijk ontvangen door Nico, zijn vrouw Truus, zijn dochter en twee kleinkinderen.

Van de Beemster naar Arcen

Als 6de in de rij van 8 kinderen is Nico geboren op een boerderij in De Beemster. Door gebrek aan emplooi op de boerderij zijn 3 kinderen in de jaren ’50 geëmigreerd naar Californië en Canada, waar ze een welvarend bestaan hebben opgebouwd. De andere kinderen zijn in de omgeving blijven wonen. Pater van den Idsert, een heerneef waarnaar Nico was vernoemd, heeft hem gemotiveerd om ook naar Mariannhill te gaan waar hij al zat. Zijn keuze werd door de hele familie erg gewaardeerd. De stap naar de andere kant van Nederland was groot voor Nico. Hij had in het begin veel last van heimwee en miste het vertrouwde gezinsleven.

Thuis op Sint Paul

Direct na de oorlog vertrok Nico naar Sint Paul waar nog hard gewerkt werd aan het herstel van het klooster na de nodige verwoestingen door granaatinslagen. Het leven op Sint Paul beviel Nico wel. Alles gebeurde op tijd en volgens de regels . De discipline sloot aan bij zijn behoefte. Hij voelde zich thuis op school en de groep jongens van het internaat. Er was veel ruimte voor sport. Daar maakte Nico graag gebruik van. Hij was gek op voetballen. Van de jongens werd regelmatig gevraagd op de boerderij te helpen met o.a. aardappels rapen. De boerderij kende hij van huis uit en het helpen was geen probleem. De school beviel Nico ook goed. Grieks was zijn lievelingsvak. Hij heeft wel een keer een klas gedoubleerd. Het gymnasium werd niet afgesloten met een officieel diploma omdat de school niet erkend was. Er was wel gelegenheid om een staatexamen af te leggen. De aandacht was zo op het dagelijks leven en de studie gericht dat Nico zich nauwelijks een beeld kon vormen van de missie en de taak die de missionaris daar vervulde. Het beeld van de missie was nog primitief. Je werd er niet voorbereid op het latere leven als missionaris. Hij voelde zich in alles gestuurd door de omgeving. Zo werd je ook met z’n allen naar het noviciaat gestuurd. Men dacht niet aan ophouden. Er was dan ook geen sprake van een expliciet keuzemoment.

Het vervolg in Eijsden, Brique en Würzburg

Voor het noviciaat trok Nico met zijn groepsgenoten naar Eysden in Zuid Limburg. Het was vanzelfsprekend dat iedereen doorging. Zij ontvingen er hun toog. De tijd werd gevuld met meditatie en zelfstudie. Door geestelijke verdieping gingen zij op zoek naar hun eigen identiteit. Pater Hermenegild gaf hen bijbelles. Er werd daar ook niet ingegaan op de latere missietaak. Veel tijd werd er besteed aan huishoudelijk werk zoals poetsen. Het noviciaat werd afgesloten met een retraite van 8 dagen en het afleggen van de tijdelijke gelofte.

Voor het groot seminarie trokken de jonge kloosterlingen vanuit Arcen eerst naar Brigue in Zwitserland en voor een studie filosofie naar Würzburg in Duitsland. Het was zo’n grote groep dat ze na de vakantie als groep in een bus van Arcen naar Würzburg reden. Daar kwamen ze in een heel andere wereld terecht. De studie aan de universiteit was pittig. Het was er erg gedisciplineerd. De Hollanders werden er als vrijbuiters gezien. Nico noemde daarbij Frans Tausch als exponent van de Nederlandse kolonie. Door als groep Hollanders veel met elkaar op te trekken was het goed uit te houden. De sinterklaas revue vormde jaarlijks het hoogtepunt. Daar werd veel tijd in geïnvesteerd. Doordat Nico goed kon voetballen werd hij door de Hollanders ook wel Kick Smit, genoemd. Dat was een geweldige Nederlandse voetballer uit die tijd. Hij was zo goed dat hij in het universiteitsteam opgenomen werd en tegen andere universiteitsteams in Duitsland voetbalde. De studie werd in juli 1961 afgerond met de priesterwijding in de kerk van Arcen en de ambstaanvaarding.

Prefect in Mook en Venray

Direct na de wijding werd Nico als perfect in het jongensinternaat in Mook aangesteld. Hij was er de assistent van rector Gerard Willemsen. Het leidinggevend team had een gemiddelde leeftijd van nog geen 30 jaar. Hij vond het leuk werk. Hij vond het belangrijk om naast de jongens te staan, hen te begeleiden bij de dagelijkse gang van zaken en hen een dagritme aan te reiken. Hij vond het zelf ook leuk met de jongens samen op te trekken, hen te helpen bij hun plannen en samen de vrije tijd te vullen. Hij hield veel van sporten en met name voetballen. Je zag hem dan ook regelmatig met opgetrokken toog samen met de jongens op het veld een balletje trappen. Zijn enthousiasme stimuleerde de jongens. Nico heeft de overgang en verhuizing van Mook naar Venray meegemaakt. Bij de start van het studiejaar in ’62 was de nieuwbouw in Venray nog niet klaar en werden de jongens een paar maanden met de bus ’s morgens naar Venray gebracht en ’s middags weer teruggebracht in Mook. Nico wuifde de jongens ’s morgens uit en stond ze ’s middags weer op te wachten. Door velen werd Nico ervaren als een grote broer waar je altijd op kon terugvallen. Hij was over het algemeen meegaand, maar kon goed grenzen stellen wanneer dat nodig was. Als je als jongen grenzen overschreed, kon je rekenen op de woede van Nico. Daarmee schepte hij duidelijkheid.

Terug naar Noord Holland

Nico zag zich niet zijn hele leven in het jongensinternaat zitten, maar wist ook niet goed wat hij verder wilde. De tijden waren sinds zijn wijding veranderd. Hij was zeer tevreden met de uitkomsten van het 2de Vaticaans Concilie. Hij had behoefte vorm te geven aan de modernisering van de Kerk. Op advies van Gerard Willemsen zocht hij contact met pastoor Tromp in Alkmaar om in een parochie stage te lopen. Vol energie startte hij met een jeugdhuis en een jeugdband in de Kerk. Hij had hiermee in de Vredeskerk Venray al een beetje ervaring opgedaan. Hij had graag de modernisering van de Kerk willen combineren met een getrouwd leven met een vrouw. Het Vaticaans Concilie bood daarvoor in zijn ogen ook perspectief. Na grote verwachtingen raakte Nico diep teleurgesteld in de Kerk. Mede door ingrepen van het Vaticaan en nieuw benoemde bisschoppen werden allerlei moderniseringen, die in gang gezet waren, weer teruggedraaid. Hij kon niet van twee walletjes eten en voelde zich genoodzaakt om te kiezen. Dit leidde 7 jaar na de intreding tot uittreding uit het ambt.

Jeugdzorg als alternatief

De affiniteit met de jeugd leidde ertoe dat Nico in ’68 zijn heil zocht in het jeugdwerk. Hij kreeg een baan bij de stichting Jeugd migratie in Amsterdam. Hij leerde er zijn vrouw Truus kennen. Hij werd er belast met de begeleiding van jongeren tussen 15 en 20 jaar die vanuit het platteland naar Amsterdam trokken voor werk bij NDSM en PTT. Zij werden geplaatst in gastgezinnen. Omdat hij er nog niet voor opgeleid was, volgde hij gelijktijdig aan de sociale academie ‘Aemstelhorn’ de partopleiding Maatschappelijk Werk. De nieuwe werksituaties, de goede ervaringen met medestudenten op de sociale academie en niet in de laatste plaats zijn contact met Truus gaf het leven van Nico nieuwe impulsen en perspectieven.
Na voltooiing van zijn opleiding kreeg Nico een baan als maatschappelijk werker bij de Stichting Jeugd en Gezin in Haarlem. Hij werd belast met gezinsvoogdij en voogdij. Hij werkte vanuit een bureau van 10 maatschappelijk werkers. Het was zwaar, maar prettig werk. Hij kwam er tal van ontwrichte gezinssituaties tegen. Het is dan bevredigend wanneer je ontwikkelingen kunt helpen in goede banen te leiden. Na 12 jaar verhuisde hij naar een tehuis voor werkende en studerende meisjes. Hij werd er coördinator van 2 tehuizen voor begeleid wonen en totale verzorging. Deze baan beviel hem wat minder omdat hij de leiding van beide tehuizen moeilijk op één lijn kon krijgen. Na 2 jaar vertrok hij weer en werd maatschappelijk werker bij een tehuis voor M.L.K. (moeilijk leren kinderen) en Z.M.O.K (zeer moeilijk opvoedbare kinderen) van het Leger des Heils. Dit werk sloot meer aan bij zijn eerdere ervaringen bij “Jeugd en Gezin”. In ’92 kreeg Nico een hartaanval en onderging een bypass operatie. Dat was even schrikken. Hij is er goed van hersteld, maar deze gebeurtenis was aanleiding genoeg om het rustiger aan te doen en met vervroegd pensioen te gaan. Het beviel hem prima om niet meer te werken. Hij had in het werk veel voldoening gekend en had er vrede mee om dat achter zich te laten.

Terug op de preekstoel

Terwijl hij thuis zat begon het van binnen toch weer te kriebelen en wilde hij zich nuttig maken. Na zijn uittreden was hij ondanks de teleurstellingen de kerk trouw gebleven. De Kerk was voor hem niet het stenen gebouw, maar de levende gemeenschap. Hij miste echter het charisma bij degenen die de diensten verzorgden. Het elan dat bij het 2de Vaticaans Concilie ontstond was door de ingrepen in de Kerk weer weggezakt. Nico voelde de uitdaging om dit op zijn manier weer tot leven te brengen. Nadat hij hersteld was van zijn hartoperatie en te horen had gekregen dat hij arbeidsongeschikt verklaard was, meldde hij zich als vrijwilliger aan bij de pastoor van zijn parochie en werd met open armen ontvangen. Hij verzorgde in de Kerk woord- en communiediensten. Vol enthousiasme begon hij. De kerkgangers reageerden positief op zijn diensten en m.n. zijn preken waardeerden zij zeer. De pastoor werd er jaloers van. Hij merkte dat het mensen zijn die het geloof waardevol maken. Toen hij 80 jaar werd is hij gestopt met zijn vrijwilligerswerk. Hij is somber gestemd over de toekomst van de Kerk. De priesters van tegenwoordig zijn niet meer van deze tijd en spreken de kerkgangers onvoldoende aan. Hij verwacht dat de leegloop nog wel zal aanhouden. Hij vindt dit jammer, temeer omdat het ook anders zou kunnen. Hij heeft er zelf een voorbeeld van gegeven in zijn vrijwilligerswerk.

Tevreden met het leven

Mariannhill heeft veel invloed op zijn leven gehad. Hij heeft er veel meegemaakt dat hem gevormd heeft. Zijn gemeenschapsleven, geloof en overtuiging heeft hij er van meegenomen. Hij heeft nooit in wrok omgekeken naar het verleden. Hij heeft zijn toog nog in de kast hangen. Wij herkenden hem even enthousiast en gedreven als vroeger toen hij met ons voetbalde. Samen met Truus heeft Nico 2 dochters en kleinkinderen gekregen. Het is alleen jammer voor hen dat Truus aan een ongeneselijke ziekte leidt. Zij laten hun leven er echter niet door bepalen. Ze praten er vrij nuchter over en accepteren het gegeven. Beiden zijn positief ingesteld. Zij stimuleren elkaar om zoveel mogelijk van het leven te genieten. Toen we hun bezochten waren ze bezig actie te ondernemen om te verhuizen naar een plek die dichter bij hun dochter ligt, zodat bezoek over en weer gemakkelijker wordt.

Tot slot

Wij zijn hartelijk onthaald. Wij voelden ons direct bij hun thuis en op ons gemak. Nico straalde nog altijd het jongensachtige uit dat we terug kende van bijna 50 jaar geleden. De verhalen over en weer lieten de tijd van weleer herleven. We merkten dat hij ook blij was dat we hem opzochten. Het gaf ons een vertrouwd en voldaan gevoel waarmee we weer naar huis gingen.

Piet Hendriks
Frits Winkelmolen

P.S. Intussen is Truus, de vrouw van Nico, overleden. Ze hebben haar tot het laatst zelf verzorgd. Het heeft een enorme impact op het gezin gehad. Het verlies betekent een groot verlies voor Nico, zijn kinderen en kleinkinderen.


Curriculum vitae

1933: Geboren in De Beemster
1945-1951: Jongensinternaat Sint Paul in Arcen
1951-1952: Noviciaat Eysden
1952-1954: Studie filosofie in Brique
1954-1959: Studie theologie in Würzburg
1961: Ambtsaanvaarding
1961-1967 Prefect Jongensinternaat Mariannhill in Mook en Venray
1967-1968: Pastor in Alkmaar

1968: Uittreding

1968-1972: Jeugdmigratie in Amsterdam
1982-1984: Stichting Jeugden Gezin in Haarlem
1984-1986: Coördinator tehuis voor werkend en studerende meisjes
1987-1992: Maatschappelijk werker tehuis voor M.L.K. kinderen (Z.M.O.K.)

 
smit 4 smit 1 smit 2 smit 3 0F06EF07-A8B3-43B6-9319-AF84DB61DFB0 AE61C773-569D-4654-88F0-4D9F50CF0312 C5F675FE-A55E-4D5C-ABA4-49C9C56B1C85